Eigenaarschap & samenwerking
Een naam op de actielijst is nog geen eigenaarschap.
“Ze moeten meer eigenaarschap tonen.” Ik wil dan eerst weten: waarvan precies? En hebben ze ook de ruimte om te doen wat we van hen vragen?
Op een actielijst staat een naam. De deadline is doorgeschoven. In het volgende overleg schuift hij opnieuw. Er is een actiehouder, dus op papier is het geregeld. Toch gebeurt er niets.
Het is verleidelijk om dat een gebrek aan eigenaarschap te noemen. Iemand moet de verantwoordelijkheid nemen, doorpakken, zich meer betrokken voelen. Soms is iemand inderdaad een afspraak niet nagekomen. Maar met dat oordeel zijn we er nog niet. Was de afspraak door die persoon aanvaard? Was duidelijk wat er moest gebeuren? En kon diegene de stap werkelijk zetten?
Voor mij begint eigenaarschap bij een duidelijke verhouding tussen verantwoordelijkheid en ruimte om te handelen. Weten waarvoor je aan zet bent, daar keuzes in kunnen maken en aanspreekbaar zijn op wat je doet of laat. Daar hoort óók bij dat je aangeeft waar je niet verder kunt. Alles zelf oplossen is geen bewijs van eigenaarschap.
Bekijk het voorbeeldKIJK WAT ER VERANDERT
Dezelfde stilstaande actie. Vier verschillende vragen.
In dit denkvoorbeeld hebben organisaties afgesproken een gezamenlijk aanspreekpunt te organiseren. Een maand later is dat er nog niet. Bekijk wat er achter diezelfde uitkomst kan zitten.
Uitgewerkt denkvoorbeeld. Geen verslag van een klant of opdrachtgever.
De naam is ingevuld. De afspraak is niet gemaakt.
Iemand is als actiehouder genoteerd, maar heeft niet bevestigd wat die op zich neemt. De één verwacht een voorstel, de ander een werkend aanspreekpunt.
De vraag die het gesprek opentWelke opdracht is werkelijk aanvaard, en wat moet er klaar zijn?
Wel verantwoordelijk, niet in staat om te handelen.
De actiehouder wil starten, maar kan geen uren vrijmaken of afspraken namens andere organisaties vastleggen. Meer aandringen verandert die ruimte niet.
De vraag die het gesprek opentWie kan de benodigde tijd of bevoegdheid regelen?
De uitvoering wacht op een keuze.
Twee organisaties verwachten allebei dat de ander het aanspreekpunt beschikbaar stelt. De actiehouder kan dat verschil benoemen, maar niet namens hen besluiten.
De vraag die het gesprek opentWelk besluit ligt voor en wie moeten het samen nemen?
De ruimte is er. De stap blijft uit.
De opdracht is duidelijk en uitvoerbaar, maar er is niet gehandeld of teruggekoppeld. Dan hoort aanspreken erbij: onderzoeken wat er gebeurde en een duidelijke vervolgafspraak maken.
De vraag die het gesprek opentWat hield je tegen, wat ga je nu doen en wanneer bespreken we dat?
Verantwoordelijkheid kun je niet alleen bij de ander neerleggen.
Een professional kan een opdracht krijgen om een samenwerking te verbeteren, terwijl anderen bepalen hoeveel tijd beschikbaar is, welke informatie gedeeld kan worden en welke afspraken mogen veranderen. Je kunt die professional aanspreken op de eigen bijdrage. Je kunt niet alle gevolgen van die inrichting bij diezelfde persoon neerleggen.
Dat ontslaat niemand van verantwoordelijkheid. Het maakt haar preciezer. Wie een afspraak aanneemt, moet ermee aan de slag of tijdig duidelijk maken wat niet lukt. Wie een opdracht geeft, moet bespreekbaar maken welke ruimte daarbij hoort. En wie een noodzakelijk besluit kan nemen, kan niet blijven wachten tot de uitvoering het onderling oplost.
Daarom vind ik “iedereen is verantwoordelijk” een riskante eindzin. We kunnen samen verantwoordelijk zijn voor de opgave, terwijl onze bijdragen en bevoegdheden verschillen. Juist dan moet duidelijk worden: wat vraagt dit van jou, wat van mij en welk besluit kunnen we alleen samen nemen? Anders betekent een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de praktijk dat niemand op een volgende stap aanspreekbaar is.
Wie steeds het gat dichtloopt, kan het ook onzichtbaar houden.
In het sociaal domein zijn er mensen die blijven bellen, uitzoeken en regelen wanneer een traject tussen organisaties blijft liggen. Die inzet kan op dat moment hard nodig zijn. Zeker wanneer een jongere of gezin anders moet wachten. Het probleem ontstaat wanneer die extra inzet de vaste oplossing wordt voor een verantwoordelijkheid die nergens goed is belegd.
De meest betrokken persoon wordt dan de informele eigenaar van alles wat overblijft. Het werk gaat door, maar de inrichting hoeft niet te veranderen. Als die persoon vertrekt, blijkt hoeveel er op persoonlijke vasthoudendheid rustte. Dat maakt eigenaarschap kwetsbaar: het hangt aan iemand, terwijl het ook in de afspraken tussen organisaties moet zitten.
Ik wil die betrokkenheid niet afremmen. Ik wil met de betrokkenen onderzoeken welke tijdelijke stap nu nodig is én wie verantwoordelijk is voor een houdbare vervolgafspraak. Wat vangen we op? Tot wanneer? Welk besluit ligt nog open? En wie brengt dat besluit op de juiste plek?
Ook als procesleider moet ik daarop letten. Ik kan een gesprek organiseren, een verschil zichtbaar maken, doorvragen en afspraken terugbrengen. Als ik vervolgens steeds zelf de actie overneem, help ik de samenwerking misschien vandaag, maar maak ik haar voor morgen afhankelijk van mij. Mijn bijdrage moet betrokkenen helpen hun eigen verantwoordelijkheid te dragen. Dat vraagt soms dat ik iets terugleg, mét een duidelijke afspraak over het vervolg.
Voor jongeren en gezinnen heeft dit een heel praktische betekenis. Zij moeten weten bij wie ze terechtkunnen, wat er is afgesproken en wie reageert wanneer iets niet lukt. Eigenaarschap van professionals mag niet betekenen dat de jongere of het gezin geen invloed meer heeft op de richting. Zij zijn betrokken bij hun leven, niet alleen onderwerp van onze taakverdeling.
Een gesprek over eigenaarschap eindigt voor mij daarom niet bij een nieuwe naam in een kolom. We spreken uit wat iemand op zich neemt, wat diegene daarvoor nodig heeft en waar een grens ligt. Daarna kijken we of het ook werkt. Niet alleen of de actie administratief is afgerond, maar of de mensen om wie het gaat verder kunnen.
OM TE BEWAREN EN TE GEBRUIKEN
Wie is hier werkelijk aan zet?
Neem één afspraak die blijft liggen. Gebruik deze vragen om verantwoordelijkheid en handelingsruimte samen te bespreken.
Bewaar de denkkaart Als afbeelding · zonder mailadres- 01
De afspraak
Wat moet er gebeuren, voor wie en heeft iemand die opdracht aanvaard?
- 02
De ruimte
Welke tijd, informatie en bevoegdheid zijn nodig? Zijn die er ook?
- 03
De grens
Wat kan de actiehouder zelf doen en welk besluit ligt bij iemand anders?
- 04
Het gat
Wie vangt nu op wat blijft liggen, en hoelang is dat houdbaar?
- 05
Het vervolg
Wie zet welke stap, wanneer bespreken we de voortgang en wie merkt het verschil?
Eigenaarschap wordt geloofwaardig wanneer verantwoordelijkheid, handelingsruimte en aanspreekbaarheid bij elkaar komen. Een naam op de lijst is het begin van dat gesprek, niet het einde.